Hoe kunnen we hedendaagse vormen van Nederlands nationalisme leren herkennen, begrijpen en doceren?

Dat nationalisme deel uitmaakt van de Nederlandse geschiedenis, wordt door wetenschap en samenleving erkend. Dat wil niet zeggen dat we er alles over weten: in een recente NRC-Geschiedenisquiz wist 73% niet dat het paspoort – symbool van de nationalistische mythe dat Nederland al héél lang een geordend en afgebakend land is – pas in 1914 is ingevoerd. Hedendaagse vormen van Nederlands nationalisme zijn nog slechter gekend. Vooral als ze uit zelfontkenning bestaan, vliegen ze gemakkelijk onder de radar van publiek en wetenschap: Nederlanders zouden bijvoorbeeld te pragmatisch zijn voor nationalisme. Maar precies de veronderstelling dat ‘pragmatisme’ een uit historische tijden overgeërfde, typisch Nederlandse eigenschap is, ís Nederlands nationalisme zoals dat zich bijvoorbeeld in PR van het Rijksmuseum en reclames van Nederlandse bedrijven toont. Ronkende politieke retoriek als Verdonks ‘Trots op Nederland’ wordt wél als vorm van nationalisme opgemerkt - maar daarmee nog niet begrepen. Wetenschappelijk onderzoek dient belangen en gevaren van actuele vormen van Nederlands nationalisme in politiek en cultuur inzichtelijk te maken, om Nederlanders met zelfkennis op het wereldtoneel te laten acteren. De Nederlandse paradox van de ontkenning biedt daarbij een interessante casus in het licht van Billigs ‘banal nationalism’ (de veelal onzichtbare, dagelijkse praktijken van modern nationalisme).