Hoe kunnen we de materiele en immateriele aspecten van landschappelijk erfgoed (waterlinies, industrielandschappen, buitenplaatsenlandschappen etc) inzetten voor het versterken van regionale diversiteit, ecologie en identiteit ?

Voor het versterken van de schoonheid en herkenbaarheid van onze (regionale) landschappen en onze burgers/ toeristen, is het noodzakelijk om juist de essentie van dit landschap te onderkennen om zo te bepalen wat noodzakelijk is om te behouden en waar ruimte voor ontwikkelen. Vooral omdat delen van ons land in de toekomst te maken gaan krijgen met bevolkingskrimp, waardoor we nog nauwkeuriger moeten definiëren wat we mooi vinden en willen bewaren en wat we laten wegvallen in onze omgeving. Veel regio's kennen een zeer gelaagde geschiedenis met vele geschiedenissen, maar waarbij een bepaalde laag van de geschiedenis sterk naar voren komt (lieux de memoires). Om de regionale identiteit voor eigen bewoners en toeristen van grotere gebieden (landschappen) te behouden en versterken is het noodzakelijk om onderzoek te doen naar de materiële en immateriële kanten van grootschalige landschappelijke ontwikkelingen, zoals de waterlinies, (Nieuwe Hollandse Waterlinie, Stelling van Amsterdam, etc), buitenplaatsenlandschappen, industrielandschappen, etc . In de afgelopen jaren zijn ontwikkelingen gestimuleerd om dit op te pakken, die tot op heden nog steeds zich richten op objecten en niet zozeer op de grotere landschappelijke ingrepen.