Hoe kunnen kernwaarborgen van de rechtsstaat overeind blijven terwijl tegelijkertijd de efficiëntie van de rechtspleging wordt vergroot en de kosten daarvan worden teruggebracht?

De laatste jaren wordt er bezuinigd op de rechtspleging, terwijl de verwachtingen die publiek en politiek koesteren ten aanzien van justitie en rechterlijke macht steeds hoger lijken te worden. Het ligt voor de hand om te 'bezuinigen' op waarborgen die traditioneel worden gezien als uitingen van de rechtsstaatgedachte: wellicht meer zaken afdoen met een alleensprekende rechter, wellicht niet meer overal wrakingsberoep openstellen, wellicht meer feiten laten beboeten door bestuur of OM in plaats van door de rechter, wellicht niet meer overal door de gemeenschap bekostigde rechtshulp bieden etcetera. Juristen hebben traditioneel enigszins de neiging om dergelijke ontwikkelingen sowieso in strijd met de rechtsstaat te bestempelen. Verfrissend en zinvol lijkt mij een multidisciplinair onderzoek dat met een open blik naar de vraag kijkt: waar en hoe vallen de efficiëntie en de effectiviteit van de rechtspleging te vergroten zonder daarmee de rechtsstaat in zijn wezen aan te tasten? Waar en hoe kunnen daarin keuzes worden gemaakt?