Hoe kunnen de Nederlandse collecties met niet-Westerse kunst worden verzekerd van een duurzame toekomst (gezien het verdwijnen van de Tropenmuseumbibliotheek, de uitverkoop van het Wereldmuseum en de bezuinigingen op andere volkenkundige collecties)?

Nederland legt bar weinig interesse in niet-Westerse kunst aan de dag. De recente bezuinigingen in volkenkundige musea contrasteren met lopende miljoenenprojecten in de buurlanden: Engeland (British Museum), Frankrijk (Quai Branly), Duitsland (Humboldt Forum) en zelfs Belgie (Tervuren Museum). Gezien het Nederlandse verleden van ingrijpende relaties met Oost- en West-Indie is dit verbazingwekkend. Hoe valt het gebrek aan interesse in de buitenwereld en in het eigen koloniale verleden te verklaren? Wat moet er veranderen om de Nederlandse collecties niet-Westerse kunst te verzekeren van voortbestaan en een nieuw publiek?