Hoe kunnen de geesteswetenschappen een kritische bijdrage leveren aan het debat over de creatieve economie?

Het begrip creativiteit (hier als paraplubegrip gebruikt dat ook concepten omvat zoals stijl, verbeelding en narrativiteit) heeft ingang gevonden in alle maatschappelijke domeinen. Om hun producten succesvol op de markt te brengen moeten bedrijven een goed ‘verhaal’ bedenken, elke consument wordt een elegante ‘levensstijl’ aangepraat en ‘creatieve’ programma’s in de ouderenzorg zouden de levenskwaliteit verhogen. Dit zijn slechts enkele voorbeelden van de manier waarop creativiteit wordt vermarkt in onze consumptiemaatschappij. Dit discours houdt weinig rekening met de koppeling tussen creativiteit en de kunsten, met de traditionele maatschappijkritische rol van creativiteit en met de geesteswetenschappelijke expertise op het vlak van begrippen als stijl en narrativiteit. Het is dan ook noodzakelijk om die ontwikkeling nader te bestuderen en de rol van de humanities als ‘creatieve wetenschappen’ te beklemtonen. Dat levert verschillende vragen op. Wat betekent creativiteit als ‘traveling concept’ in de verschillende sectoren van de huidige maatschappij? Hoe kunnen we die betekenissen duiden en hun effecten bevragen? En hoe kan dit creativiteitsdiscours verrijkt worden met geesteswetenschappelijke expertise? Deze vragen verbinden disciplines zoals letteren, filosofie, geschiedenis, sociologie en communicatiewetenschappen en creëren daarnaast mogelijkheden tot samenwerking met maatschappelijke partners. De expertise om deze vragen te beantwoorden is ruim aanwezig in Nederland.