Hoe kunnen de democratie en de rechtsstaat worden verbeterd met behulp van gedragswetenschappelijke inzichten?

De democratie en de rechtsstaat zijn gebaseerd op vooronderstellingen over menselijk gedrag. Ze gaan er beiden vanuit dat kiezers en burgers, volksvertegenwoordigers en rechters, rationele actoren zijn die de voor hen beste beslissingen nemen. Het zijn vooronderstellingen die historisch nog wel te begrijpen zijn - de democratie en de rechtsstaat in Nederland zijn in belangrijke mate producten van de 19e eeuw - maar die in feite onhoudbaar zijn in het licht van hedendaagse inzichten in menselijk (keuze)gedrag. Als je het aan gedragseconomen en psychologen vraagt, dan is duidelijk dat het aanvinken van een hokje op grond van hoogst onduidelijke informatie een heel onbetrouwbare manier is om te achterhalen wat burgers echt vinden en willen. Ook zie je door de gedragswetenschappelijke bril dat er allerlei factoren zijn die volksvertegenwoordigers ervan afhouden om te doen waarvoor ze zijn gekozen: goede wetten maken en het volk vertegenwoordigen. Ook in de toepassing van wetten, in handhaving, verantwoording, naleving en rechtsspraak, zitten tal van kansen waarmee gedragswetenschappelijke inzichten de werking van democratie en rechtsstaat kunnen verbeteren.