Hoe komt het dat culturele systemen (b.v. taal,normen & waarden, het sinterklaasfeest, ...) zo moeilijk doelgericht te veranderen zijn, terwijl ze intussen toch allemaal veranderen?

Als een bepaald woord als discriminerend wordt ervaren, kun je toch niet zo maar ophouden het te gebruiken; de poging van gezagsdragers om een vervangend woord in te voeren, verkeert vaak in het tegendeel (het wordt als ‘politiek correct’ of zo weggezet). Als de regering een bepaalde belastingmaatregel neemt om de lasten ‘eerlijker’ te verdelen, wordt het effect in de praktijk vaak ongedaan gemaakt door veranderingen in inkomenstoedeling elders. Als de leiding van een organisatie besluit dat er anders gewerkt moet gaan worden, blijken ‘oude vormen en gedachten’ vaak verbazend flexibel in de officiële nieuwe werkwijze voort te leven. Enzovoorts. Als je dit overziet, denk je al gauw dat eenmaal bestaande culturele systemen onveranderlijk zijn. Maar dat is, blijkens de geschiedenis, toch ook niet waar! Ongetwijfeld bestaan er in verschillende deelgebieden van de cultuurwetenschappen wel inzichten in de achtergronden van specifieke gevallen van deze paradox. Maar al deze gevallen hebben iets met elkaar gemeen (zie de vraag). Ik stel voor dat taalkundigen, economen, antropologen, organisatiepsychologen, etc. de koppen bij elkaar steken om van elkaar te leren, om zo deze gemeenschappelijkheid te onderzoeken en een beter fundament te scheppen voor het begrip van de paradox en de (on)mogelijkheid van effectief ingrijpen.