Hoe kan ontwerpers bijdragen aan het oplossen van grote sociale debatten in Nederland

De gaswinning in Groningen zorgt momenteel voor een grote en gecompliceerde zogenaamde socio-technische controversie - een controversie met een duidelijk technisch en sociaal component die niet van elkaar kunnen worden gescheiden. Het debat rond de gaswinning wordt op hoog politiek niveau gevoerd, al kan er worden afgevraagd of alle relevante stakeholders in het debat betrokken worden en of de betrokkenheid van sommige stakeholders ontoereikend is (het recente rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid onderstreept de overheersend technocratische en enkel informerende communicatie). Vanuit sociologie en bestuurskunde perspectieven wordt vaker naar ontwerpers of ontwerpprocessen gerefereerd als voorbeeld wegens constructieve en probleemoplossende benaderingen. Echter blijven deze vergelijkingen zeer abstract en daarmee onbruikbaar voor ontwerpers om in de praktijk toe te passen. Vanuit de ontwerpen wordt steeds meer gekeken naar ontwerpen voor sociale doeleinden, maar dit betreft voornamelijk losse, kleinschalige experimenten en ook hier blijft het perspectief vrij abstract. Daarom zou het interessant zijn om deze vraag op een fundamenteler niveau uit te zoeken, zeker nu we in Nederland met het Groningen debat hier de perfecte case voor hebben. Potentieel kan dit worden toegepast op veel meer situaties: socio-technische controversies komen ook voor in stadsplanning, water management, energie transitie, klimaatverandering en nog veel meer.