Hoe kan Nederland zijn eeuwenlange ervaring als kleine, open economie beter benutten in het tijdperk van globalisering, en welke inzichten levert dit op voor de ontwikkeling van ‘global governance’ en verdergaande economische samenwerking tussen landen?

Nederland is al vanaf de zeventiende eeuw sterk op de wereldmarkt gericht. Globalisering vormt bijna een constante in de Nederlandse geschiedenis. Hoe wist Nederland dit in het verleden te combineren met de ontwikkeling van een nationale beleidsagenda? En hoe verhoudt zich dat tot de hedendaagse spanning tussen het nationale en het supranationale beleid, in Europa en de rest van de wereld? Economisch historici hebben inzichten opgedaan die samen met politicologen en bestuurskundigen kunnen helpen bij het ontwikkelen van een institutionele omgeving waarin ondernemerschap de ruimte krijgt en tegelijkertijd culturele kenmerken (‘informele instituties’) op democratische wijze worden geborgd.