Hoe kan in een democratische samenleving worden vastgesteld wat rechtens als waarheid moet gelden?

De overheid moet zijn beslissingen baseren op door haar vastgestelde feiten. Maar hoe moet dat eigenlijk? Is het genoeg om naar wetenschappers te luisteren, of hebben gewone burgers ook iets - of zelfs evenveel - te zeggen? En wat als wetenschappers het oneeens zijn, of hun antwoorden met onzekerheid zijn omgeven? Dit is relevant voor bestuurders, rechters, en burgers. Burgers moeten zich gehoord voelen, en hun visie kan niet genegeerd worden met een eenvoudig beroep op de 'wetenschap.' Bestuurders moeten, vaak complexe, besluiten verantwoorden met onderzoek naar huidige omstandigheden en te verwachten gevolgen. Doen zij dit niet, dan lopen zij het risico dat de rechter ze vernietigd. Maar hoeveel onderzoek is genoeg? En hoe kan de rechter - met weinig kennis van zaken - dit eigenlijk beoordelen?