Hoe kan ICT op effectieve wijze worden ingezet om chronisch zieke leerlingen onderwijs te laten blijven volgen zodat er geen achterstand of uitval plaatsvindt?

In Nederland hebben naar schatting 350.000 leerlingen in het basis- en voortgezet onderwijs een chronische en/of langdurige aandoening. Ongeveer 40% van deze leerlingen ondervindt door hun aandoening problemen bij het volgen van onderwijs. Daarbij is absentie een belangrijke factor die van invloed is op hun onderwijsontwikkeling. Er is nog zeer weinig onderzoek gedaan naar hoe deze groep leerlingen ondersteund zou kunnen worden. Scholen in Nederland zijn zelf verantwoordelijk voor het organiseren van onderwijs voor leerlingen die door een chronische en/of langdurige aandoening niet, of maar voor een gedeelte van de tijd op school aanwezig kunnen zijn (Wet op het Primair Onderwijs en het Voortgezet Onderwijs). Scholen kunnen daarbij hulp inschakelen van Consulenten Onderwijs Ondersteuning Zieke Leerlingen (COZL’s). De mogelijkheden om thuis onderwijs te ontvangen zijn echter zeer beperkt, scholen hebben daarvoor geen budget. Er zijn in Nederland diverse ICT-oplossingen ontwikkeld, maar het is nog onduidelijk hoe deze effectief ingezet kunnen worden. Het is nog onduidelijk welke factoren een rol spelen bij het effectief inzetten van deze ICT-oplossingen. Ook is het onduidelijk hoe docenten dit soort oplossingen in hun didactiek zouden moeten integreren. Daarnaast is het onduidelijk hoe de omgeving van de zieke leerling ondersteuning kan bieden aan het leerproces.