Hoe kan de wetenschap bijdragen aan een betere en effectievere museumeducatie, mede in relatie tot het onderwijs op school?

Van musea en culturele instellingen wordt in toenemende mate verwacht dat zij een bijdrage leveren aan de vorming en het leren van jongeren, in het proces van een leven lang leren, zowel binnen als buiten de context van het formele onderwijs Een beter inzicht in processen van formeel, informeel en nonformeel leren, een grondige analyse van succes- en faalfactoren van samenwerking tussen culturele instellingen en scholen zou voor de praktijk van de museumeducatie van grote waarde zijn. De kennis die nu bestaat bij de musea vindt nog (te) weinig vertaling naar de onderzoekspraktijk. Alleen met een meer gedegen basis aan kennis, inzicht en theorie kan de ontwikkeling van de afgelopen jaren verder voort worden gezet. De belangrijkste vragen vanuit de museumeducatie zijn: hoe verhoudt de context van het museum (collectie, gebouw, omgeving) zich tot het leren van leerlingen? Hoe verhouden de eindtermen en maatschappelijke opdracht van het onderwijs zich tot de doelen en maatschappelijke opdracht van musea en culturele instellingen? Hoe kunnen de doelen van onderwijs en musea op elkaar worden afgestemd? Hoe verschilt een effectieve aanpak van de museumeducatie per leeftijdsgroep en sociale achtergrond? Hoe kan de gegroeide praktijk worden gestaafd door de ontwikkeling van een theoretische basis?