Hoe kan de legitimiteit van de representatieve democratie worden gewaarborgd wanneer bestuursmacht in toenemende mate is verspreid over meerdere lagen (zoals in de EU)?

Deze vraag wordt ingediend namens het Disciplineoverleg Sociale Wetenschappen (DSW). Dit overleg vertegenwoordigt via de decanen duizenden onderzoekers vanuit de sociale wetenschappen. De 23 vragen die het DSW indient, zijn onderverdeeld in drie thema's. Deze vraag valt onder het thema 'Veerkrachtige samenleving'. Geen politiek stelsel kan altijd de wensen van iedere burger vervullen. Daarom berust de aanvaardbaarheid van politieke macht uiteindelijk op een geloof in de juistheid van het stelsel als geheel. De legitimiteit van nationale representatieve democratie staat onder druk doordat haar instellingen (parlement en regering) voor nieuwe uitdagingen staan. Bestuursmacht moet worden gedeeld met andere landen (bijvoorbeeld in de EU), private partijen en lagere overheden, terwijl het nationale parlement deze niet direct controleert. We weten inmiddels veel over de ontwikkeling van legitimiteit in Westerse samenlevingen. Zo blijkt onder burgers de steun voor democratie nog steeds groot (‘Over Grenzen’ project, KNAW Wetenschapsagenda). Veel minder weten we over de invloed van genoemde fragmentatie van bestuursmacht op legitimiteit, terwijl dit een cruciale ontwikkeling is in het openbaar bestuur. Bij de beantwoording van deze vraag kan worden voortgebouwd op de sterke Nederlandse traditie van vergelijkend politicologisch onderzoek. Speciale aandacht is nodig voor instituties: hoe beïnvloeden uiteenlopende institutionele arrangementen de legitimiteit van democratie?