Hoe is de 'rivaliteit' tussen antisemitisme en islamofobie in politiek, samenleving, publiek debat en wetenschappelijk onderzoek om te buigen in diepgravend onderzoek naar verschillen, tegenstellingen en overeenkomsten tussen beide fenomenen?

In Nederland - en elders in West Europa - treden in de jaren tachtig van de 20e eeuw belangrijke veranderingen op voor zowel joden als moslims. Moslims zien zichzelf aanvankelijk als vooral '.b.v. 'Marokkaans' of 'Turks', maar in gelijke pas met ervaren ontworteling en/of discriminatie treedt een gezamenlijke identiteit als 'moslim' op de voorgrond. In diezelfde jaren komt de Shoah of Holocaust steeds centraler te staan in geschiedschrijving en publieke herinnering, maar wordt daartegen ook gerebelleerd, in 'autochtone' kringen: Theo van Gogh c.s., voetbalstadions, reguliere en sociale media - en ook in moslimkringen. Zowel Israël, dat een repressieve politiek tegen de Palestijnen voert, als de Shoah worden veelvuldig tegen de joden gekeerd. Het antisemitisme neemt gaandeweg toe; de islamofobie ook. Zowel moslims als joden hebben te lijden onder het principe van collectieve aansprakelijkheid: respectievelijk de terreur van een moslimextremistische minderheid, en de politiek van Israël wordt tegen de twee bevolkingsgroepen gekeerd. In de praktijk maar ook in de wetenschap lijkt een rivaliteit, een 'hiërarchie van het leed', tussen antisemitisme en islamofobie te ontstaan, terwijl beide fenomenen juist in samenhang en afgezet tegen elkaar een diepgravend, interdisciplinair, internationaal, historisch en psychologisch gefundeerd onderzoek vereisen.