Hoe en wanneer bevorderen sociale netwerken en instituties een duurzame samenwerking in groepen, organisaties en samenlevingen?

Deze vraag wordt ingediend namens het Disciplineoverleg Sociale Wetenschappen (DSW). Dit overleg vertegenwoordigt via de decanen duizenden onderzoekers vanuit de sociale wetenschappen. De 23 vragen die het DSW indient, zijn onderverdeeld in drie thema's. Deze vraag valt onder het thema 'Veerkrachtige samenleving'. Samenwerking is de hoeksteen van veerkrachtige samenlevingen. Dit geldt voor kleinschalige informele, formele of virtuele verbanden, zoals families, buurten, Facebookgroepen en bedrijven, evenals voor gehele samenlevingen. In samenwerkingsrelaties dragen betrokken partijen bij tot het realiseren van een collectief goed: de potentiële opbrengsten door samenwerking zijn hoger dan die individuen zonder samenwerking kunnen realiseren. Daar waar eigenbelang opgeofferd moet worden voor collectief belang, heeft samenwerking per definitie een wankele basis. We weten inmiddels veel over institutionele arrangementen die samenwerking bevorderen, zoals materiële prikkels of sociale controle binnen informele sociale netwerken. Echter, hedendaagse informele, formele en virtuele verbanden zijn vluchtiger. Dit terwijl vele collectieve goederen, zoals een schone buurt of productiviteit in een bedrijf, juist duurzame vormen van samenwerking vereisen. Hoe zorg je ervoor dat materiële prikkels en sociale controle zowel bij vluchtige als duurzame samenwerkingsrelaties standhouden om samenwerking te bevorderen? Nederlandse (sociale) wetenschappers hebben ook internationaal een vooraanstaande positie bij het onderzoek naar de grondslagen van samenwerking.