Hoe draagt erfgoed bij aan economische waardeopdrijving van vastgoed en hoe kunnen we dat effect beter meten?

Hoe stellen we de financieel-economische waarde van erfgoed vast? En welke ontwikkelingskansen levert dat op? Hedonische prijsanalyses tonen aan dat monumenten gewaardeerd worden. Door gebruik te maken van locatiekeuzemodellen kan worden vastgesteld dat de aanwezigheid van een historische binnenstad een gemeente – en ook de buurgemeenten – aantrekkelijker maakt als woonlocatie. Ook vergroot de aanwezigheid van erfgoed de kans dat een plaats als bestemming voor een binnenlandse vakantie of een dagtocht wordt gekozen. Verder onderzoek is nodig, gericht op de ontwikkeling van een nieuw model van economische waardering van erfgoed, waarin een balans wordt gevonden tussen renderende en niet-renderende eigenschappen en potenties. Het lijkt met name van belang om op zoek te gaan naar methoden die het waarderingsonderzoek dichter bij de beleidspraktijk brengen. Zo is nog niet zoveel aandacht besteed aan de vraag of we ook effecten van specifieke investeringen in cultureel erfgoed kunnen meten, bijvoorbeeld de uitstralingseffecten die het opknappen van een monument heeft op de buurt waarin het is gelegen. Kunnen zulke investeringen helpen om het verval van een buurt tegen te gaan en een neerwaartse spiraal te doorbreken?

Bijbehorende clustervragen