Hoe beinvloeden inzichten uit de neurowetenschappen en het recht elkaar?

De stormachtige groei van de neurowetenschappen (neurobiologie, neuropsychologie etc.) heeft een weerslag op de ontwikkeling van een groot aantal juridische vraagstukken (zoals aansprakelijkheid in het civiele recht en het vrije wilsdebat in het strafrecht), maar leveren ook nieuwe uitdagingen op (b.v. voegen fMRI technieken iets toe aan risicotaxatie van TBS-ers?; wat zijn de juridische gevolgen van het inzetten van TMS [transcraniale magnetische stimulatie] bij daders met een bepaalde psychische stoornis etc.)? Gelijktijdig ontwikkelen zich neuromythen die in de rechtspleging en rechtshandhaving een aanzienlijke (en ongewenste) impact kunnen hebben. In dat verband wordt wel gesproken van het “brain overclaim syndrome”