Hebben andere levende wezens dan mensen rechten, en hoe zijn deze te waarborgen?

Deze vraag is uiteraard helemaal niet nieuw, maar in mijn werk (betrokken op het natuurbeheer) loop ik er voortdurend tegenop dat in een land als het onze elk stuk natuur vernietigd of beschadigd kan worden als daarmee geld te maken is. Het stuk met de pretentieuze titel 'Rijksnatuurvisie' stemt me om twee redenen treurig: (1) omdat het aanmoedigen van menselijke 'consumptie' van natuur met zich meebrengt dat niet voluit vóór andere levende wezens wordt gekozen; er zijn altijd uitvluchten aan te dragen om een andere keuze te maken; (2) omdat het voorvoegsel 'Rijks' suggereert dat het stuk ook namens mij spreekt. Daartegenover verlang ik argumenten om de rechten van niet-menselijke levende wezens te waarborgen, en dan niet op grond van hun waarde voor of betrekking tot de mens, niet uit sentimentaliteit of natuurverheerlijking maar uit respect (als deelgenoten en lotgenoten onder dezelfde zon).