De wisselwerking tussen genetische programma’s en omgevingsfactoren tijdens de embryonale ontwikkeling bepaalt de vorm en functie van het individu en beïnvloedt de kans op ziekte. Hoe werkt dat?

Meercellige organismen ontwikkelen volgens een bepaald genetisch programma. De ontwikkeling vindt plaats in een actieve omgeving (bijvoorbeeld moeder) en het organisme gaat tijdens de ontwikkeling functioneren (bijvoorbeeld hartpompfunctie en circulatie). Deze factoren beïnvloeden de genetische programma's (epigenetische regulatie), waarmee ze een belangrijke rol spelen in de vorming en de functie van het organisme. Daarnaast beïnvloeden variaties in het ontwikkelingsproces de kans om bepaalde ziekten (bijvoorbeeld hart en vaatziekten) te krijgen.