De nationale samenleving heeft sterke behoefte aan nieuwe medicijnen voor effectieve en specifieke therapieën. De centrale vraag is “waar komen deze medicijnen vandaan?”

Deze medicijnen kunnen gesynthetiseerd worden met behulp van onze chemische kennis, maar ook kunnen biologisch-actieve stoffen die voorkomen in de natuur om ons heen (men spreekt van “natural products”) de weg wijzen. Een voorbeeld is de inzet van chemisch- biologische kennis voor de ontwikkeling van medicinale moleculen en nieuwe generatie antibiotica, waarmee het probleem van de zorgwekkende toename van resistentie vermeden kan worden. Een logisch vervolgstap is dan hoe de nieuwe verbindingen op hun effectiviteit en specificiteit getest kunnen worden, om het gedrag in de mens nauwkeurig te kunnen voorspellen. Tot nu gebruikte testsystemen (celkweken, proefdieren) zijn daartoe ontoereikend geweest, mede waardoor medicijnontwikkeling uiterst kostbaar is geworden. Nieuwe in vitro (“organs on a chip”, “organoids”) en in vivo systemen (zebravis) zullen verfijnd en toegepast moeten worden om de translationele stap van nieuwe medicijnen naar de mens sneller en beter voorspelbaar te kunnen maken. Meer kennis van de moleculaire regelprocessen in cellen is nodig om de juiste targets voor medicijnontwikkeling en therapie van aangeboren en verworven ziekten te kunnen bepalen. Zo zal chemische en fundamentele biologische kennis bijdragen tot de ontwikkeling van medicijnen, en daarmee tot een verbeterde en betaalbare gezondheidszorg.