Blijven we gezonder en leven we langer als we ons beter wapenen tegen invloeden op cellulaire stress en tegen de effecten daarvan?

Welbevinden van onzelf, maar ook van cellen in onze weefsels en organen wordt tijdens het leven vaak (te) overmatig op de proef gesteld. Als functionele capaciteit daarbij vaak of te veel wordt overschreden ontstaat “cellulaire stress”. Intrinsieke effecten (vanwege genoom-fouten) en extrinsieke effecten (door milieu-invloeden, verkeerde voeding of een te groot beslag op celfuncties) komen daarbij vaak samen in secondaire stress, dat zich uit in toename van oxidatieve celschade door overproductie van zuurstofradicalen, een vervroegd levenseinde ("senescence") of uiteindelijk de dood van cellen. Hiermee hebben we de kernoorzaak te pakken van veroudering en vele ziekten, zoals vormen van kanker, diabetes en (neuro)degeneratieve aandoeningen (Alzheimer's). Op het terrein van onderzoek aan cellulaire stress is nog veel te winnen: De uitingsvormen van celstress en -respons systemen zijn niet oneindig groot maar deze moeten nog wel nader in kaart gebracht worden! We moeten weten hoe we “gezonde en ongezonde” stressniveaus in iedere cel kunnen sturen middels life-style, milieu en voeding en welke individuele bijdrage ons (epi)genoom hierin kan leveren. Als we door betere preventie, door voeding of door geneesmiddelen onze eigen cellen beter stress-vrij kunnen houden hebben we een grote stap gezet naar gezond(er) oud(er) worden en het uitbannen van veelvoorkomende ziektes.