Alsmaar veranderende wolken van data verbergen schatten van informatie die ons helpen de wereld te begrijpen en beïnvloeden. Welke cognitieve vaardigheden voor de verwerking van gegevens zijn menselijk en welke kunnen we overlaten aan computers?

De hoeveelheid gegevens die we samen meten en opslaan groeit explosief. Wetenschappers, bedrijven, overheden en burgers voeden samen een onstuimig groeiende gegevensberg. Telescopen, camera’s, scanners, telefoons, computers, chipkaarten, energiemeters — het is nog maar een fractie van het groeiende arsenaal aan al of niet wetenschappelijke instrumenten die continu gegevens produceren en toevoegen aan steeds meer en steeds grotere databestanden. Die grote bestanden kunnen met nieuwe wetenschappelijke methoden worden geanalyseerd en geïnterpreteerd. Zo kunnen we de wereld gedetailleerder waarnemen, en ontdekken we nieuwe patronen en oorzakelijke verbanden. Dat levert nieuwe kennis en nieuwe wetenschappelijke inzichten op, die reeds nu wordt gebruikt voor betere producten, diensten, beslissingen, en het oplossen van mondiale uitdagingen, bijvoorbeeld op het gebied van voedselzekerheid of klimaatproblematiek. Het gebruik van deze zgn. ‘big data’ genereert ook ‘big questions’. Op welk punt begrijpen machines de gegevens beter dan wij? Wat zijn betrouwbare analysemethoden waarop we kritiek handelen kunnen baseren? Welke analysemethoden zijn acceptabel en onder welke voorwaarden? Hoe zorgen we dat overvloedige of onbetrouwbare gegevens ons niet verblinden of misleiden? Wie gaat bepalen wat er wel en niet met gegevens over burgers gebeurt? Hoe gaat ‘big data’ onderzoek goed samen met fundamentele maatschappelijke waarden zoals privacy en individuele autonomie?