Als we de huidige levensbedreigende ziektes willen uitbannen, waaraan willen we dan doodgaan?

Het is een vraag van medische ethiek. Het leven is eindig. Dat weten we allemaal. Alleen: Als er zich een levensbedreigende ziekte aandient, vinden we dat die bestreden moet worden. We Staan Op Tegen Kanker! (bijvoorbeeld). Maar als er minder mensen aan kanker dood gaan, waaraan willen we dan dat ze sterven? In een praatprogramma zag ik iemand van de Alzheimerstichting die klaagde dat er nog geen medicijn tegen Alzheimer was, terwijl het aantal mensen met dementie stijgt. Dat laatste lijkt me niet verwonderlijk. Het medicijn tegen dementie is namelijk altijd geweest: vroeger doodgaan. Strijden tegen kanker, is het probleem verplaatsen naar andere ziektes. Moet de medische wetenschap zich nog wel richten op het verlengen van levens? En dan gaat het niet alleen om de economische kant (Hoe blijven we de ziektekosten beheersen?), maar ook om de medemenselijke kant: Welke humane dood streven we na? Toen ik als kind lid werd van een schaakclub oefenden we eerst varianten van het eindspel. Pas als je dat beheerste had het zin om naar de opening en het middenspel te kijken. Moeten we niet eerst ons eindspel leren spelen, en ons dan pas gaan bezighouden met de vraag hoe we daar komen?