Hoe komt het dat mensen zo efficiënt met elkaar kunnen communiceren? En kunnen we dit ook aan computers leren, zodat mensen in de toekomst net zo efficiënt kunnen communiceren met computers als met menselijke gesprekspartners?

Mensen begrepen elkaar soms ‘met een half woord’. Dankzij impliciete kennis, gevoeligheid voor context en non-verbale signalen anticiperen we meestal adequaat op de boodschap die een ander beoogt te geven – al zijn er ook bij mensen veel misverstanden. De omgang met computers vereist grotere precisie; ‘een half woord’ is onvoldoende; een ontbrekend haakje kan al fataal zijn. Door communicatie tussen mensen onderling en tussen mensen en computers te vergelijken, kan de rol van impliciete kennis en ambiguïteit in de taal worden bestudeerd, waardoor we menselijke communicatie beter kunnen begrijpen. Met beter begrip van de menselijke communicatie, kunnen we mogelijk de mens-machine interactie meer laten aansluiten bij menselijk gedrag. We hebben in Nederland veel expertise over communicatie, bij taalwetenschappers, psychologen en anderen. Ook mens-machine interactie, kunstmatige intelligentie en verwante onderwerpen worden op diverse plaatsen bestudeerd, door communicatiewetenschappers, ingenieurs, en anderen. Wat betreft de technologie is dit thema bij uitstek nu aan de orde, gezien de toenemende expliciete of verborgen aanwezigheid van computers in de leefwereld van mensen.