Hoe kan de populariteit van nieuw doch irritant taalgebruik worden voorspeld? Valt ook te voorspellen hoe lang dergelijk taalgebruik in zwang blijft?

In de jaren zestig/zeventig hadden we de dus-zeggers, gevolgd door het enorme succesvolle 'een stuk(je)'; beide zijn goeddeels verdwenen uit het hedendaagse spraakgebruik. Nieuwer waren versies van 'ermee omgaan' ('Hoe gaan we daarmee om', 'Ik kan daar niet mee omgaan'), 'zoiets hebben van' en 'absoluut' in de betekenis van 'ja(, ik denk het wel)'. Recent treffen we 'plek' aan in plaats van 'plaats' ('op de eerste plek', 'is er nog plek?', 'plek maken' (Van Dale noemt de laatste twee gewestelijk, maar dat gevoelsniveau lijkt overstegen), 'de plek waar' (in plaats van 'waar'), 'een mooie plek' (in plaats van 'plaats', 'punt', 'locatie', 'adres', 'gelegenheid', enz.) en 'klopt' in de betekenis van 'ja'. Hoe ontstaat het en hoe groot is de blijfkans?