Waar komt individuele taalvariatie vandaan?

Label 
G24
Het Nederlands is een paraplu-naam: iedere spreker van het Nederlands spreekt zijn of haar eigen variant. Net zoals het taalgebruik van individuen verandert, verandert ook het taalgebruik van groepen, en met verschillende snelheden werken die veranderingen een weg door tijd, regio, en plaats in de varianten van het Nederlands die op verschillende momenten als ‘standaard’ worden ervaren. Dat jongerentaal een broeinest van verandering is, is van alle tijden. Dat er in stedelijke gebieden andere veranderingen plaatsvinden dan op het platteland is ook bekend. Maar hoe werkt dit precies?

Hoe kan onderzoek aan taal en letterkunde van het Afrikaans en het Nederlands bijdragen aan het voorkomen van afglijden van deze talen tot verwaarloosbare minderheidstalen?

Wat zijn de gevolgen van taalkeuzes voor interactiepatronen en groepsdynamieken, bijvoorbeeld van de keuze van instructietaal in het onderwijs en van de keuze van voertaal op de werkvloer?

Wat is het gevolg van de afname van het gebruik van dialecten en streektalen voor de ontwikkeling van de standaardtaal? Nemen sociolecten, etnolecten en andere, vreemde talen de rol van dialecten en streektalen over of niet?

Wat zijn de positieve en negatieve effecten van meertaligheid?

- In hoeverre wordt de uniformering in het Nederlandse taalgebruik bevorderd door de media?

Welke invloed heeft het wegbezuinigen van (kleine) talenstudies op onze internationale positie?

Welke voor- en nadelen zijn er aan de voertaal Engels in het academisch onderwijs in Nederland en kan op basis van weging een conclusie worden getrokken ?

Wat is de samenhang tussen taalkundige en cognitieve ontwikkeling, met name in relatie tot vroege meertaligheid (diaclect vs. standaardtaal of thuistaal vs. instructietaal) en wat betekent die voor het functioneren op school, op het werk en in het leven?

Hoe kijken Nederlanders aan tegen hun eigen moedertaal en andere, vreemde talen? Waarderen ze talen verschillend en wat zijn daarvan de achterliggende oorzaken en/of redenen?

Hoe kan de kennis en toepassing van de Duitse taal in Nederland verbeterd en versterkt worden?

Kunnen buitenlanders op Nederlandse websites winkelen, zonder dat die sites alles handmatig moeten gaan vertalen naar de andere talen van de wereld?

Waarom ben je minder geloofwaardig in een tweede taal dan in je moedertaal?

Waarom denken Engelsen bij het woord bird/vogel meestal aan een roodborstje en Nederlanders aan een merel?

Gaat het Nederlands uiteindelijk verdwijnen en zo ja, wanneer?

Hoe verschilt het Chinees van een Chinees in Nederland van het Chinees in bijvoorbeeld Spanje?

Welke factoren dragen bij aan het versnelde leren van talen?

Hoe komt het dat in Nederland geboren kinderen van allochtone ouders zo krom Nederlands spreken dat ook op het werk communicatieproblemen ontstaan? Wat is hieraan te doen?

Wat zeggen dialecten over onze identiteit?

Wat zijn de ideale omstandigheden om een nieuwe taal te leren?

Waarom zijn er zulke grote individuele verschillen in hoe goed mensen leren communicatie in een vreemde taal?

Wanneer is meertaligheid een troef en wanneer een handicap?

Waarom gebruiken we zoveel Engels in ons Nederlands, en hoe is deze situatie ontstaan?

Hoe beinvloedt Engelstalig onderwijs de relatie universiteit-maatschappij?

Aangenomen dat in het Nederlands of Duits een grap er bij wint wanneer de pointe een woord bevat met de klemtoon op de laatste lettergreep (van het type ballon, porselein, katoen), is er dan iets vergelijkbaars in het Frans en Engels?

Welke rol spelen verschillen in spreek- en schrijftaal bij internationale en intranationale conflicten?

Hoe verlopen communicatieve processen in superdiverse stedelijke gebieden en welke rol spelen de aanwezige talen daarin? Wat zijn de gevolgen voor de gemeenschapsvorming en de ontwikkeling van lokale sociale samenhang?

Kan het versterken van taalbewustzijn en de culturele competentie bij leerlingen leiden tot een inhoudelijk sterker en aantrekkelijker vreemdetalenonderwijs?

Wat is voor het Nederlands taalgebied de relatie tussen enerzijds de Nederlandse taal en anderzijds de geografische omstandigheden, vroegere culturen die hier hebben gewoond en historische ontwikkelingen.

Waarom veranderen sommige kenmerken van een taal zo gemakkelijk bij contact met een andere (dominantere) taal en bieden andere kenmerken meer weerstand?

Hoe kan de Nederlandse taal aangepast worden aan de hedendaagse gender-realiteit?

Klopt het dat er a) steeds meer gebruik wordt gemaakt van verkleinwoorden als 'collegaatje', 'buurvrouwtje', 'vriendje', 'mannetje' of 'vrouwtje', b) gebeurt dit vaker door vrouwen dan door mannen en c) waarom gebruiken mensen verkleinwoorden?

Is onze taalverarming te stuiten?

Hoe bepaalt taal onze identiteit in een veranderende samenleving?

Hoe kan de Nederlandse taal aangepast worden aan de hedendaagse gender-realiteit?

Hoe komt het dat de grammatica van oude talen, zoals Grieks en Latijn, ingewikkelder is dan die van moderne talen, zoals Nederlands en Engels?

Waarom blijft het geografisch onderscheid tussen de 'harde-g' en de 'zachte-g' bestaan?

Wat spreken Nederlanders typisch verkeerd uit als ze Engels spreken, en kan daar in de lessen iets aan gedaan worden?

Waarom is het zo moeilijk een vreemde taal te leren spreken als volwasswne

Hoe houden we onze samenleving toegankelijk door het slechten van taalbarrières?

Welke rol kan en moet taal spelen bij de duurzame ontwikkeling van onze multiculturele (en dus meertalige) samenleving?

Wat gebeurt er op weg naar taalvloeiendheid?

Wat zijn de universele taalveranderingen die transseksuelen doorgaan?

Hoe kan de populariteit van nieuw doch irritant taalgebruik worden voorspeld? Valt ook te voorspellen hoe lang dergelijk taalgebruik in zwang blijft?

Heeft taal een golflengte, en verschilt die golflengte per taal?

Waarom vluchten mensen bij moreel en emotioneel geladen uitspraken vaak naar een andere taal? Is de morele impact afgevlakt in een andere taal? Wat betekent voor de persoonlijke ontwikkeling van tweetalige kinderen?

Zijn manuele communicatiesystemen (gesticulaties en gebarentalen) mogelijk ouder dan orale communicatiesystemen (gesproken talen), en welke type evidentie heb je nodig om dit te kunnen bewijzen?

Hoe komt het dat uitsluitend Europese Nederlanders zich op Curaçao, Aruba en Bonaire van de Nederlandse taal blijven bedienen en welke mogelijheden zijn er om dit te doorbreken?

Spreken we in de toekomst ooit allemaal dezelfde taal ?

Wanneer en waarom geven we namen? Is het derhalve mogelijk om een naamgevingstheorie op te stellen?

Zal het huidige taalgebruik de ontwikkeling van de mens 'binnenkort' ernstig afremmen?

Duidt de overeenkomst tussen de patronimicum uitgang in Oekraïense familienamen tw.enko en de ink-uitgang in Saksische familienamen op gelijke volksverhuizingstromen ?

Wat is het allereerste woord dat met elkaar is gesproken?